Hulp nodig?

Meld u online aan of bel tijdens kantooruren (0113) 21 30 98

Pornografie is vergif

Pornoverslaving is niet onoverwinnelijk, reageert Erik-Jan Verbruggen.

Pornoverslaving onder jongeren, dat is waar veel docenten in het reformatorisch onderwijs zich het meeste zorgen over maken, zo blijkt uit de column van L. van der Tang (RD 5-2). In zijn noodkreet vraagt hij aandacht voor het pornografiegebruik onder christelijke jongeren, dat als een tsunami de christelijke gemeente overspoelt.

Enkele cijfers ter illustratie. Uit het onderzoek in de breedte van onze samenleving (Rutgers WFP, 2012) komt naar voren dat 73 procent van de jongens en 21 procent van de meisjes aangeeft naar porno te kijken. Uit een onderzoek onder christelijke studenten (Van Dijk, 2013) bleek dat 55 procent van de mannelijke studenten aangaf porno te kijken, terwijl 35 procent dat wel gedaan heeft, maar daarmee is gestopt. Slechts een op de tien jongens geeft dus aan nog nooit pornografie te hebben gekeken. Van de ondervraagde vrouwelijke studenten in hetzelfde onderzoek gaf 9 procent aan naar porno te kijken, en 21 procent niet meer.

Deze gegevens geven volgens mij de werkelijkheid weer. Een docent van een onder ons bekend mbo-college verzuchtte onlangs: er zijn hele klassen waar iederéén porno kijkt! Laten we daarbij niet vergeten dat er ook heel wat volwassenen zijn die porno kijken.

Invalspoort

De zorgen die Van der Tang verwoordt zijn geheel terecht. Porno is vergif. Veel (jonge) mannen laten hun beeld van vrouwen en van seksualiteit vooral vormen door pornografische afbeeldingen. Porno is echter een leugen en staat ver bij de werkelijkheid vandaan. Niet iedereen die porno kijkt is daarmee ook verslaafd, maar pornografie heeft wel duidelijk een verslavende werking. Van der Tang legt terecht de vinger bij de geestelijke werkelijkheid die schuilgaat achter pornografiegebruik. Het kijken naar porno is een vorm van seksuele onreinheid waarmee Gods Geest wordt bedroefd. De vorst der duisternis gebruikt de invalspoort van seksuele verleidingen om velen te verstrikken. 

Maar is het hopeloos? Nee, zeker niet! Ik wil enkele gedachten aanreiken, mede gebaseerd op de hulpverlening die De Vluchtheuvel biedt aan mensen die worstelen met pornoverslaving of andere vormen van seksuele onreinheid.

  1. De vloedgolf van pornografie laat ons zien dat we leven in een verseksualiseerde samenleving. Seksuele onreinheid is van alle tijden. Internet heeft de sluizen echter wijd opengezet. Meer dan ooit is het van belang dat jongeren worden toegerust om rein te leven in een onreine wereld. Daarbij is het gesprek over seksualiteit broodnodig. Laten gezin, school en kerk daarbij samen optrekken door jongeren te vertellen dat seksualiteit een gave van God is, en hoe goed het is om Hem te dienen en rein te leven op seksueel gebied. Uiteraard moeten daarbij ook gevaren besproken worden die deze gave bedreigen.
  2. Het is bemoedigend dat op veel scholen aandacht wordt gegeven aan het thema seksualiteit. Ik ontmoet geregeld docenten die de zorg van Van der Tang voluit delen en de hand aan de ploeg slaan. Mijns inziens doen reformatorische scholen er goed aan om een helder plan te maken waarin naar voren komt op welke manier seksualiteit door alle leerjaren heen aan de orde moet komen. Laat het daarbij gaan om de verschillende facetten van dit thema: de Bijbelse boodschap, de verleidingen in de wereld om ons heen, verschillen tussen jongens en meiden, verkering, pornografie, seksueel misbruik, enzovoorts. Tegenwoordig zijn er verschillende lesmethoden die hierbij zeer dienstbaar kunnen zijn.
  3. „Waar zijn de pastors Hsi?” zo vraagt Van der Tang zich af in zijn column. Hij doelt daarbij op een Chinese pastor die verslaafden hielp door hen op Christus te wijzen. Een terechte oproep! Wat mij betreft moeten we pastor Hsi niet te ver zoeken: Van der Tang, ikzelf, en ieder die dit artikel leest. Wij zijn het die naast onze jongeren moeten staan, die een vertrouwensrelatie met hen moeten opbouwen, die in onze levenswandel iets moeten laten zien van de vreze des Heeren. In de hulpverlening aan seksverslaafden die De Vluchtheuvel biedt, stimuleren we dat iedere verslaafde een ‘medestrijder’ zoekt: een broeder die meeleeft, meebidt, meestrijdt en aan wie verantwoording wordt afgelegd. Dit is trouwens een heel Bijbels principe, zie bijvoorbeeld Prediker 4:9 en 10. Er zijn veel mannen die nog op zoek zijn naar zo’n medestrijder. 

    Accountability

  4. Van der Tang wijst erop dat de huidige pornovloedgolf het failliet bewijst van het mediabeleid in onze gezindte. Een stevig internetfilter is een goede zaak, maar het fungeert hooguit als een tuinhekje: het houdt je wel even tegen, maar als je er echt langs wilt, dan lukt dat ook. Veel goeds heb ik echter gezien van de zogenaamde accountabilityprogramma’s: software waardoor een ander met regelmaat een overzicht krijgt van al je bezochte websites. Een vorm van sociale controle die in de praktijk goed blijkt te werken. Ik las in zijn column dat Van der Tang directeur is van een it-bedrijf. Misschien kan zijn bedrijf ons helpen om deze accountabilitysoftware voor ieder gezin toegankelijk te maken. Daar zouden velen bij gebaat zijn.

Pornografie is vergif. De vorst der duisternis verstrikt velen in het web van zijn verleidingen. Toch ben ik blij dat ik in Gods Woord mannen als Simson en David tegenkom. Mannen die grote misstappen maakten op seksueel gebied. Maar die toch door genade mochten ingaan in het Koninkrijk der hemelen. Dankzij de reinigende kracht van Christus’ bloed. Door Hem is het tóch niet hopeloos!

Door Erik-Jan Verbruggen, regiomanager bij Stichting De Vluchtheuvel. Dit artikel verscheen in 2014 in het Reformatorisch Dagblad.

© 2015 Stichting De Vluchtheuvel   /   Sitemap   /   Realisatie: KM Design